Dat oude idee

De laatste tijd lees ik tussen al het ellendige wereldnieuws door steeds vaker opbeurende berichten (ja, ik geef toe, scherpe speurzin heb je wel nodig, maar toch). Het betreft de animo om stapje voor stapje toe te werken naar een groenere wereld, eentje waarin we opnieuw het onderscheid leren te maken tussen luxe en noodzaak, tussen loze verspilling en slim recycleren.

Voor mij hoort zelf telen al jaren bij een groenere wereld waarin ik graag wil leven. Dus toen ik vanuit de Randstad naar Noord-Groningen trok was zelfvoorziening één van de ideeën die ik wilde verwezenlijken. Het leek me fantastisch om massa's gewassen te kweken, geheel naar eigen smaak en uiteraard biologisch (ik ben met een groen hart geboren).

Dat lukte heel aardig, hoewel er twee zaken direct duidelijk werden. Ten eerste kun je niet totaal zelfvoorzienend zijn, omdat je nu eenmaal in een economie leeft waarin ruilhandel - dat mooie gevolg van zelfvoorziening - zelden werkt. Immers, de bank accepteert geen kruiwagen vol groente tegen de maandelijkse hypotheek.

 

'Neppresso', what else?!

Het tweede punt is dat je gewend bent aan (of verwend bent met) producten die zich niet zo simpel laten vervangen. Uiteraard kun je een kneepje citroensap voor over de sla verruilen door zelf gebrouwen azijn-van-eigen-appels-uit-het-vat-in-de-kelder; net zoals het zeer wel mogelijk is as met vet en geplette lavendelbloemetjes in zeep om te toveren en 'koffie' te maken door het kweken van paardenbloemen.      

Jazeker! De kick van cafeïne moet je weliswaar missen, maar paardenbloemwortels smaken net zo heerlijk zoetbitter als goede koffie. Mits je er in je veld vol paardenbloemen op het juiste moment bij bent om de wortels te oogsten: in het vroege voorjaar, als ze dik en vol voedingsstoffen zijn (eigenlijk bedoeld voor de bloem, maar alla). Dan steek je de wortels op, was je ze, laat je ze kurkdroog worden, rooster je ze twee keer in een koekenpan, hak je ze fijn en maal je ze in een oude elektrische koffiemolen of in een keukenmachine. Vervolgens zet je er namaakkoffie van, bijvoorbeeld in een espressopotje op het vuur. Dan krijg je werkelijk heerlijke 'neppresso'. Ik spreek uit ervaring.

        

Geen peen maar poen!

Het enige punt bij dergelijke zelfvoorziening is: tijd, energie en ruimte. Het kost nu eenmaal veel tijd en moeite om appelazijn en neppresso te maken, laat staan zelfgemaakte vervangers te verzinnen voor een tuinoverall, vuilniszakken, rijst, bananen en spijsolie. Ja, natuurlijk kan ik een akker koolzaad telen, wachten tot de zaden rijp zijn en die vervolgens pletten en tot olie persen, maar dat vraagt om veel land: uit een half tuinbordertje koolzaad haal je hooguit zes eetlepels olie. Voor één fatsoenlijk brood of een emmertje diervoer heb je ook al tenminste een vierkante meter aarde nodig. Tja... Bovendien staat je terrein al propvol fruit, groenten, piepers, kruiden en kleinvee! Zelfs als je slim en landbesparend teelt is er een grens aan het aantal frambozenstruiken dat je tegen een gevel kunt leiden.

Kortom, altijd beland je in het economische kringetje, want de bank en de tuinoverallwinkel willen poen zien en geen peen. Dus is het goochelen met tijd: hoeveel besteed ik aan betaald werk, en hoeveel aan buitenspelen in de tuin? Spannende afwegingen, op zijn minst.

 

De weelde van de lente

Als ik nog even mag voortborduren op mijn thema (voor borduurgaren heb je ook geld nodig, ja, zo eenvoudig is het allemaal niet!) dan gebeurt er in deze tijd van het jaar iets waarnaar zelfvoorzieners en vele anderen reikhalzend uitkijken. Hoe fris het voorjaar mag uitvallen, de natuur is niet te stoppen en de tuin ontwaakt! Niet alleen is het bollen- en bloesemfeest losgebarsten, ook in de moestuin gaat het loos. Nauwelijks met tobbes tegelijk, maar wel voldoende voor menig maal. En aangezien ik het geluk heb dat hier ook kippen, eenden en ganzen rondscharrelen, is zo'n maaltje snel bijeen gezocht. Eieren, wat bewaarde piepers en uien, plus een groot vergiet vol verse tuinkruiden. Van bieslook heb ik wel drie soorten staan en van venkel en wilde majoraan legde ik ooit een hele border aan. Hup, knippen maar, zorgen dat die stevige aardappel-ui-omelet echt groen ziet van de gezonde kruiden, en het avondeten is klaar. Het toetje? Gekraakte hazelnoten met gedroogde appeltjes en thee van verveine, alles vorig jaar op tijd geoogst en verwerkt.

Denk nu niet dat zulke 'eigen' maaltijden hier dagelijks voorkomen, maar als het wél gebeurt heb ik tenminste die dag mijn oude idee gerealiseerd. En dat voelt alsof ik goudstaven met diamanten serveer!

 

Alma