Moestuincursussen in 2020
door Alma Huisken:

 

1. Biologisch moestuinieren - Biologisch als Basis

2. Cursus Biodynamisch Moestuinieren - De Levenskrachtige Biodynamische Tuin

3. Cursus Permacultuur - Geschapen Synergie

4. Biologisch Moestuinieren - De Praktijkcursus.

 

 

De data en locaties zijn bekend!

 

Je kunt je NU aanmelden.

 

Meer info

 

Direct aanmelden

 

 


 

 

 


 

 

 

Groen blog

Alma Huisken blogt vanuit De Groene Luwte

Service    |    Moestuintips    |   Recepten van Alma    |    Foto van Doortje    |    Groen Blog

 

Haar waarnemingen over zaaien en oogsten van biologische gewassen, over ecologische balans, over literatuur en filosofie, over groener leven en meer...

Tuinboontjes


Wollewantjes

 

Ofschoon de eerste echt volumineuze oogst hier in De Groene Luwte het hooi van onze wilde wei was - begin juli, nét voor een regenperiode, in vier wondermooie, hoge oppers opgetast en afgedekt (we gebruiken het als stalbedding voor de ganzen) - is in de meeste moestuinen de oogst die er qua massa echt toe doet die der tuinbonen. Dit jaar ging het hier iets minder crescendo met de ‘wollewantjes’ (mooie oude naam) dan in eerdere jaren, maar er gaat geen voorjaar voorbij of ik leg ze. Soms wel twee of drie keer. Op het moment van schrijven staat de derde generatie in bloei, waarvan ik het surplus ongeblancheerd in de vriezer zal werpen, voor de winterdag.

Vroeger, toen ik nog op een bovenhuis in de Haarlemse binnenstad woonde, dopte ik mijn volkstuintuinbonen meestal op mijn Romeo-en-Julia-balkonnetje dat aan de straatkant van mijn huis zat geplakt: teil bonen naast me, vergiet op schoot. Het wekte bij de buitenlandse bezoekers die de straat bewan­delden - wegens de bewonderswaardige, eeuwen­oude Bakenesserkerk - altoos een glim­lach op. Kennelijk representeerde ik een genoeglijk beeld dat men in downtown New York of hartje Wenen ontbeerde. Meestal leidde mijn aanwe­zigheid hangend aan het pand tot 'Hi there! Do you happen to know where I can find...?' Of:  'Ent­schuldi­ge, bitte, wo ist...?' Vragen die ik als een ware VVV-ambassa­drice in diver­se talen, hangend en wijzend over het hek, beant­woordde.

Tegenwoordig zit ik in een hele andere omgeving te doppen, maar nog steeds met evenveel genoegen. Dopt u ook nog zelf, wat ik hoop? Nee? Laat me u zeggen hoe dat gaat. Koop een enorme berg verse tuinbonen, dus nog in de peul. Reken gerust op 1 kg per persoon en gebruik de uitgedopte peulen voor uw composthoop.

Haal de duim krachtig langs de naad van de peul, waardoor de twee bastdelen splijten en de 'wolle­want­jes' binnenin zichtbaar worden. U verzamelt ze en gaart ze enkele minuten in een lage, brede pan,  in een bodempje water met een klontje boter. Dat is alles. Niet zouten dus, dat is bij verse bonen (waarvan de bast glanst en veerkrachtig aanvoelt) domweg overbodig en maakt de bonen dikwijls hard.

Vindt u het tuinboonschilletje sowieso te hard? Werp de bonen dan 4 min. in kokend water, stort ze in een vergiet, zet de koude straal er even op en dop ze nog eens: het grijze buitenvelletje gaat er gemakkelijk af en het grasgroene, malse binnenboontje wordt zichtbaar. Kook ze in 1-3 min. verder gaar en schud ze op met boter.

Eventuele smaakmakers bij het garen: 3-4 takjes vers bonenkruid of tijm. En na het garen: boter, dat snufje zout of verse roomkaas. Maar het liefst pre­senteer ik tuinbonen natu­rel. Ze zijn van zichzelf immers al zo mooi krachtig van smaak, met een doffe toets en wat 'ijzer' in de verte? Dat 'ijzer' wil de combi­natie met rundvlees aangaan (denk: gehaktbal­letje) en dat doffe, iets zoete leidt als vanzelf naar een goede aardap­pel, gekookt of gebak­ken.

 

Alma

 

Roze wodka


OVERVLOED…


Loon naar werken. In de moestuin betekent zoiets dat wanneer je hard hebt geploeterd om in het vroege voorjaar de aarde te prepareren, vervolgens tegen de klok jakkerde om op tijd te zaaien en jonge plantjes sterk te laten worden, en daarna de hele bups koesterde als een pasgeboren baby, dat dan rond deze dagen de moestuin zich uitput in overvloed. Na de prille groenten van de lente spoelt dezer weken de eerste serieuze oogstgolf over ons heen. Terwijl de allerlaatste raapsteeltjes en spinazie door de soep of pasta gaan - niet meer zo fris als in mei of juni, maar lekker genoeg - barsten de bedden nu van snijbiet, sla, bietjes en tuinbonen. Althans, bij mij. En ook bij u is een onverwachte hausse altijd mogelijk…

Wat te doen? Als de huisgenoten inmiddels geen boon meer kunnen zien en de kippen zelfs voor de supersla ‘Wonder der Vier Jaargetijden’ hun snavel ophalen, dan luidt het motto: slim bewaren. Nu gaat dat niet voor elke groente op - snijbiet blijft vers het lekkerst, kort gestoofd in olijfolie met knoflook en een scheut rosé en als u wilt met wat ansjovisjes erdoor - maar tuinbonen zijn buitengewoon gemakkelijk: die dop je en gaan ‘rauw’ de vriezer in. Ongeblancheerd en wel, maar alleen bij een vriezer die de boel werkelijk direct diep vriest.

De allerlaatste rabarber kan moes worden (perfect invriesbaar), of chutney (lekker met munt en gember), of… roze wodka! Een drankje dat menig moestuinder – al dan niet van Russische afkomst - overal ter wereld maakt, zo blijkt me, gaat als volgt:  4-6 schoongemaakte stengels rabarber in stukjes snijden, in een grote glazen pot stoppen, 3 eetlepels honing of rietsuiker toevoegen met 1 liter wodka, rasp van een onbespoten citroen, 1 kaneelstokje en twee kruidnagelen. Afsluiten, drie weken op een koele plek zetten en dagelijks goed schudden. Voor gebruik zeven, in flessen gieten en de nu lichtroze wodka koud serveren. Een paar gehalveerde aardbeien erin geven extra aroma en geur. Aardbeien die overigens ook heerlijk smaken in witte wijnazijn, met onbespoten, wilde rozenblaadjes.* En wilde rozen en aardbeien zijn er nu in verrukkelijke, geurige overvloed.

Geniet van de overvloed!
Alma

* haal wel het witte stukje uit het wilde rozenblaadje weg - dat smaakt bitter.

 

Het groene struweel


Gemeentestruiken…

 

Lezers van Met mest en vork weten dat ik graag een lans breek voor wat in de volksmond ‘gemeentestruiken’ heet: het groene struweel dat gemeenten in plantsoenen en parken aanpoten om een speciale kwaliteit: het gaat zelden stuk.

In onze tuin erfden we verschillende gemeentestruiken die inderdaad niet kapot te krijgen zijn, zelfs niet in de afgelopen barre winter en die hopeloze late vorst. Ze lijken niet bijster veel nut te hebben, tot je merkt hoe goed ze ijzige voorjaarswinden breken en in alle seizoenen een veilige haven bieden aan veel kleine zangvogels (en onze eigen kippen).

De cotoneaster is zo’n struik. Allesbehalve spectaculair, met zijn kleine blaadjes en minieme bloempjes.

Maar in juni…  Dan gonst het, ruist het en zoemt het! Die hele, meer dan manshoge, struik lijkt wel te bewegen, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het zijn de hommels die van de cotoneaster snoepen. Als ik bij diepe avondschemering (en dan hebben we het in juni toch gauw over 22.30 uur) de tuin voor gezien houd, hoor ik ze nóg zoemen.

Dus wat mij betreft zijn gemeentestruiken here to stay.

 

Mijn tip: ga naar Amstelveen!

Wie zeer tot de verbeelding sprekend openbaar groen wil zien, met ruime hand opgezet en niet kinderachtig aangepakt waar het heemplanten, wilde of verwilderde begroeiing betreft, moet beslist eens een tochtje naar de Amstelveense parken maken – zoals naar De Braak of het Thijsse- en Broersepark. Wow, wat een weelde! Lerend voor ecologisch hovenier had ik het genoegen les te krijgen van Hein Koningen, die zich veertig jaar lang met de inrichting en beplanting van die parken heeft bemoeid en mijn ‘klas’ er hoogstpersoonlijk rondleidde. Heel bijzonder. Zie www.amstelveen.nl/parken

 

Water voor de bijen


IN DE TUIN SLURPENDE BIJEN…

In de schitterende samenleving van een imme, een bijenvolk, krijgen jonge bijen allerlei taken opgedragen. Werksters heten ze, en niet voor niets. Ze beginnen onderaan in de hiërarchie als poetsvrouw van de kast en mogen geleidelijk aan gewichtiger klussen uitvoeren. Zoals water halen. Want ook insecten drinken.

Deze week lag ik met mijn neus op de slakroppen in de tuin (de geweldige, spetterend groene ‘Twellose Gele’’, overigens) om te kijken hoe ze dat doen…slurpend van een slablad. Prachtig!

Regendruppels die op de bladeren liggen worden veilig naar binnen gezogen, waarna de bijen zoemend opstijgen en naar huis vliegen om het vocht te bergen en te gebruiken bij het maken van honing.

Ik dacht altijd dat ze voor dat water halen ook gebruik maakten van de lage waterbakken in onze ganzenwei, maar imker Johan corrigeerde me. Dat is veel te link, vertelde hij me, want als ze erin kukelen zijn ze het haasje. Dus bedauwd of beregend blad, dat is de bron waaruit zij drinken. Dat geldt uiteraard niet alleen voor onze honingbijen, maar ook voor solitaire bijen, hommels en al die andere insecten die je nu volop ziet. En reken maar dat ze ook uit die zilveren kelkjes van regendruppels op vrouwenmantelbladeren hun water vergaren. Mooi, zulk samengaan van plant en dier in het bijzondere universum dat tuin heet.

 

Alma Huisken